
(=Nadering). Tijdens de Advent zijn Christenen in
afwachting van de komst van Jezus. Advent begint op de
vierde zondag voor Kerstmis (het begin van het kerkelijk
jaar) en duurt tot Kerstavond. Kinderen krijgen
een adventskalender met voor elke dag een 'deurtje' waar
iets lekkers achter verstopt zit. Er wordt een
adventskrans met vier rode of gele kaarsen neergezet.
De eerste kaars wordt op adventszondag aangestoken en
elke zondag erna wordt er een kaars extra aangestoken.
Advent is in het christendom de benaming voor de
periode voor het kerstfeest. De naam advent komt
van het Latijnse woord adventus, dat komst betekent.
In de adventsperiode bereiden christenen zich voor
op het kerstfeest, en wordt de komst en de
wederkomst van Jezus herdacht.
27 november en 3 december en eindigt op 24 december
bij het avondgebed. Hierdoor is de lengte van de
adventsperiode verschillend, maar telt de advent
altijd 4 zondagen.
gemaakt door een kaarsenstandaard of adventskrans
waarop vier kaarsen staan. Elke zondag wordt een
extra kaars aangestoken. Op de laatste zondag voor
kerst branden dus alle kaarsen.
gemaakt van de liturgische kleur paars, de kleur van
boete en inkeer. Alleen op de derde zondag van
advent, Gaudete, is de kleur zalmrose om het feestelijke
karakter van deze zondag weer te geven.

advent nu eigenlijk en waar komt het vandaan? Het vieren
van advent komt nergens in de bijbel voor. Toch is het al
een heel oude christelijke traditie. De adventstijd staat
in het teken van verwachting en voorbereiding. We bereiden
ons niet alleen voor op het feest van Christus komst naar deze
wereld tweeduizend jaar geleden, maar ook op zijn wederkomst.
Waarschijnlijk ontstond het gebruik in de vierde eeuw
na Christus in de Oosterse kerk. In die tijd speelde
het zogenaamde mysterie van de menswording
(de 'epiphaneia') van Christus een belangrijke rol: de kerk
hield zich veel bezig met de vraag hoe het toch mogelijk
was dat de Zoon van God als een 'gewoon' mens naar de
wereld was gekomen. Dit thema van de menswording van
Christus werd centraal gesteld in de adventstijd,
de periode voor Kerst.
westwaarts. In Gallie, het huidige Frankrijk, werd er verder
vorm aan gegeven. In de vijfde eeuw maakte men in dit
gebied de adventstijd tot een vastenperiode van zes weken.
Die periode begon op 11 november, de feestdag van Sint Maarten,
een bisschop die bekend stond om zijn liefdadigheid aan de
armen en die door de kerk tot heilige was verklaard. De periode
van het vasten met advent liep parallel aan het vasten voor Pasen:
net als met Pasen begon het vasten met een soort carnavalsdag
(Sint Maarten), duurde veertig dagen en liep het uit op de
viering van een belangrijk christelijk feest. Tijdens de
vastenperiode werden de gelovige geacht vaak naar de kerk te gaan,
veel goede werken te verrichten en op een sobere manier te
leven. In de kerkdiensten wijdde men aandacht aan de vier
historische gebeurtenissen die plaatsvonden voor de geboorte
van Christus en die beschreven zijn in Lucas 1, namelijk de
boodschap aan Zacharias en aan Maria, Het bezoek van Maria
aan Elisabeth, de geboorte van Johannes de Doper en de
menswording van het Woord in Maria.

tot de kerk van Rome. Eerst duurde de periode nog
zes weken, maar door paus Gregorius de Grote (590-604)
werd ze teruggebracht tot de huidige lengte van vier zondagen.
Gregorius was ook degene die met advent niet alleen de
historische menswording van Christus centraal wilde stellen,
maar ook de wederkomst van Christus in de eindtijd. Doordat
de Roomse gebruiken geleidelijk aan de overhand kregen over de
kerkelijke gebruiken van de andere gebieden, werd een vierwekelijks
advent in de kerk van heel Europa tot norm.
niets weten van advent. Ook niet van het kerstfeest overigens.
Een synodebijeenkomst in Dordrecht sprak over de beide
'Roomse' feesten in 1574 nog haar afkeuring uit. Op de
verwerping van Kerst kwam men al snel terug (in 1578), maar
van advent was er binnen de reformatorische kerken pas vanaf
de negentiende eeuw sprake.
De periode geldt eigenlijk nergens meer als vastenperiode, maar
staat eerder in het teken van de vreugdevolle verwachting van
het kerstfeest en het hoopvol uitzien naar de komst van de Messias.
Zondag 28 november
Eerste Adventzondag
Zacharia 9:9 (Het Boek)
9Verheug u, mijn volk! Juich van vreugde! Want kijk: Uw koning komt eraan! Hij is de rechtvaardige, de overwinnaar. Toch is Hij ook nederig en rijdt op een jonge ezelin.Loof de HERE, mijn ziel, en al wat in mij is, zijn heilige naam. Ps. 103:1
Geprezen zij de Heer, de God van Israël, Hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost. Luc. 1:68
1e Sondei na ini Advent ( Surinamees my birth language)
Loekoe, joe Kownoe ekon na joe, A de rechtvaardig èn A abi bigi tranga. Sak. 9:9
Prijse Masra, mi sili, mi heri skin mus prijse En santa nen. Ps. 103:1
Mi e opo a nen fu Masra, a Gado fu Israel. Bika A langa wan anu gi En folku èn A ferlusu den. Luk. 1:68
First Sunday of Advent
Zechariah 9:9 (New International Version)
The Coming of Zion’s King
9 Rejoice greatly, Daughter Zion!Shout, Daughter Jerusalem!
See, your king comes to you,
righteous and victorious,
lowly and riding on a donkey,
on a colt, the foal of a donkey.
Bless the Lord, O my soul, and all that is within me, bless his holy
name. Psalm 103:1
Blessed be the Lord God of Israel, for he has looked favorably on his
people and redeemed them. Luke 1:68
Holy Redeemer, as you bid us to enter the light, we pray that you bless
all those who are infected and affected by HIV and AIDS, especially the
women and children suffering in darkness on the African continent.
Redeem us of our sins, Lord. Amen.
Ik denk oneindig veel aan je
Zoals een herder een lam draagt, zo heb Ik jou gedragen

No comments:
Post a Comment